Het erfrecht, boek 4 van het Burgerlijk Wetboek dat gaat over ‘erfopvolging’. Oftewel het deel van het burgerlijk recht dat kortgezegd bepaalt wie wat van wie krijgt. Hierin is de samenlevingsvorm van belang om te bepalen wat van wie is en de relatie tussen deze personen om te bepalen wie wat moet betalen. Voor de meest klassieke situatie; man, vrouw en twee kinderen, bestaat er voldoende wet- en regelgeving die hen vertelt wie wat van wie erft in het geval van een overlijden en wat de daarbij horende kosten en eventuele vrijstellingen voor de erfbelasting zijn.

In het erfrecht kennen we meer uitzondering dan regel en is het zelfs in deze klassieke situatie vaak al een uitdaging om de nalatenschap correct vast te stellen en af te wikkelen. Denk maar aan alle onderlinge afspraken die partners met elkaar kunnen maken bij o.a. samenwonen met of zonder samenlevingscontract, binnen het huwelijk met of zonder huwelijkse voorwaarden en tussen geregistreerde partners met of zonder partnerschapsvoorwaarden.

De eerste vraag is of zij wel kwalificeren als partners, want wie partner is voor de inkomstenbelasting is dat niet automatisch ook voor de successiewet (regelgeving omtrent erf- en schenkbelasting). In het geval dat er kinderen bij betrokken zijn ontstaat tevens de vraag; wie zijn de familierechtelijke ouders van het kind en hebben zij ook ouderlijk gezag? Wanneer een kind ontstaan is uit een huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn beide partners automatisch ouders met ouderlijk gezag. Bij samenwonenden is de vrouw uit wie het kind geboren is automatisch ouder en heeft zij het gezag, de partner moet voor erkenning naar de gemeente en voor het aanvragen van ouderlijk gezag naar de rechtbank. In beide gevallen dient dit te gebeuren met toestemming van de moeder.

In de praktijk

Het komt tegenwoordig steeds vaker voor dat kinderen opgroeien met meer dan twee ouders. Dit kan zijn in een gezin met bv. een vrouwenpaar met een man of een mannenpaar met een vrouw of vrouwenpaar. Alhoewel deze zogeheten ‘regenbooggezinnen’ of ‘meeroudergezinnen’ in aantallen toenemen, kan een kind op papier volgens de huidige wetgeving niet meer dan twee ouders hebben. Zoals hierboven omschreven heeft de vrouw uit wie het kind geboren wordt, altijd juridisch ouderschap en gezag. Er is dan nog maar één keer gezag en één keer juridisch ouderschap te vergeven. Dit betekent dat de wet nu doet alsof de derde en vierde ouder niet bestaat.

De extra ouder, dus niet de juridische ouder, heeft officieel niks te zeggen over het kind. Zij mogen bijvoorbeeld niet betrokken worden in schoolzaken, maar kunnen ook tijdens medische noodsituaties geen beslissingen maken. Dit lijkt me als emotioneel betrokken ‘extra’ ouder al lastig genoeg, maar wat het nog pijnlijker maakt is dat wanneer beide wettelijke ouders komen te overlijden, het kind betiteld wordt als wees, ook als de eventuele extra ouders nog leven.

Naast dat dit allerlei negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het kind, trekt dit in allerlei zaken door. Denk hierbij aan de gevolgen voor o.a. het huidige erfrecht, onderwijs, ouderschapsverlof en zorgverzekering. COC (belangenorganisatie voor lhbti’s) en Meer dan Gewenst pleiten al jaren dat kinderen recht hebben op een goede juridische band met al hun ouders, of dit er nou eén, twee, drie of vier zijn. Om deze reden heeft de Staatscommissie Herijking ouderschap het kabinet geadviseerd om een meerouderschaps- en gezagswet in te voeren.

Hoewel in de aanloop regeringspartijen VVD en D66 haast lijnrecht tegenover coalitiepartners CDA en ChristenUnie stonden, hebben ze een compromis gevonden in het regeerakkoord. ‘Het familierecht volgt immers wat er in de samenleving verandert,’ zei voormalig Minister Rechtsbescherming Sander Dekker in 2019.

Het regenboogakkoord is niet het enige wat er dit jaar bij het kabinet op de rol staat. Meer dan Gewenst en COC pleiten ook al langere tijd voor een goede draagmoederschapswet, om de positie van kind, draagmoeder en wensouders optimaal te beschermen. Op verzoek van D66-Kamerlid Van Ginneken gaat de minister tevens onderzoeken of het mogelijk is om het familierecht meer genderinclusief te formuleren, zodat de wettelijke bepalingen bijvoorbeeld beter van toepassing zijn op non-binaire personen. Dat kan door een term als ‘persoon’ te gebruiken in plaats van ‘vrouw’ of ‘man’. Tenslotte wordt er onderzocht of het mogelijk is dat alleenstaande personen iemand kunnen aanwijzen die tegen fiscaal voordelig tarief van hen kan erven. Wordt vervolgd dus..

Bron: COC NL